Citaat | Rechtbank Amsterdam 1 juli 2019
Alinea 85 Rechtbank Amsterdam 1 juli 2019
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 1 juli 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:4546.
30. Ter beoordeling ligt voor de vraag of de rechtsverhouding tussen Helpling en de schoonmaker kwalificeert als een overeenkomst van opdracht. Bij de beantwoording van deze vraag geldt hetzelfde criterium als onder 12 genoemd. Vastgesteld kan worden dat de schoonmaker ten deze diensten verricht, anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst met Helpling. Vastgesteld moet voorts worden dat partijen voor ogen heeft gestaan dat de schoonmaker diensten zou verlenen, in de algemene voorwaarden (zie onder 1.8) wordt de schoonmaker aangeduid als Dienstverlener. Hoewel in deze algemene bepalingen ook staat dat Helpling slechts als facilitator optreedt voor opdrachten van de klant en zij geen partij is in de overeenkomst tussen de schoonmaker en de klant, wordt geoordeeld dat de rechtsverhouding tussen Helpling en de schoonmaker, in de wijze waarop partijen uitvoering geven aan de tussen hen gemaakte afspraken, voldoet aan alle elementen van opdracht. Daarbij is met name van belang de actieve rol die Helpling speelt in de verhouding tot de schoonmaker. De kantonrechter verwijst naar hetgeen hij onder 21 heeft overwogen bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van bemiddeling in de zin van de Waadi. De conclusie moet zijn dat de rechtsverhouding tussen Helpling en de schoonmaker een overeenkomst van opdracht betreft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2fd8be42841364dccdf9d732abec306707cc916e679bd726f94031f9685524d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2fd8be42841364dccdf9d732abec306707cc916e679bd726f94031f9685524d, en de alinea staat in dat document op bytes 44585 tot 45938.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b2fd8be42841364dccdf9d732abec306707cc916e679bd726f94031f9685524d | shasum -a 256