Citaat | Rechtbank Amsterdam 11 juli 2019

Onder 4.3.3 Rechtbank Amsterdam 11 juli 2019

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 11 juli 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:4952.

De rechtbank verwijst naar de onder 4.3.1 beschreven vaststelling van de feiten en omstandigheden ten aanzien van de feitelijke handelingen van verdachte. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte wist dat het doel was om [naam ontvoerd meisje] te ontvoeren, zodat [naam vader] met haar naar India kon vertrekken. Verdachte is met medeverdachten aanwezig geweest bij de bespreking in het Hilton-hotel, waar de ontvoering van [naam ontvoerd meisje] is besproken. De rechtbank acht ongeloofwaardig dat verdachte tijdens hier aanwezig is geweest en niet heeft meegekregen waar de bespreking over ging. Tijdens de bijeenkomst heeft zij op telefoons, die zijn gebruikt bij de ontvoering, WhatsApp geïnstalleerd. Op de dag van de ontvoering heeft verdachte haar vader [medeverdachte 3] in de ochtend naar Hilversum gebracht. Kort na de ontvoering heeft zij medeverdachte [naam 1] naar haar woning in [woonplaats] gebracht. Daarnaast heeft verdachte haar vader later in Krefeld, Duitsland, opgehaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd571a4d4876b67a5ec5a98d7f4e98991a7090467dbbef06521b5f51057d7dcd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd571a4d4876b67a5ec5a98d7f4e98991a7090467dbbef06521b5f51057d7dcd, en de alinea staat in dat document op bytes 53540 tot 54548.