Citaat | Rechtbank Amsterdam 11 juli 2019

Onder 3.1 Rechtbank Amsterdam 11 juli 2019

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 11 juli 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:4952.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van verdachte ten aanzien van feit 2 (onttrekking aan het wettig gezag). Hij heeft daartoe aangevoerd dat de overlevering op basis van het Europees aanhoudingsbevel (hierna: EAB) slechts is toegestaan voor betrokkenheid bij ontvoering, aangezien alleen het lijstfeit ‘ontvoering’ is aangekruist. Op grond van het specialiteitsbeginsel kan verdachte dus alleen voor dit feit worden vervolgd. Deze verplichting vloeit voort uit artikel 27 lid 2 en 28 lid 2 van Kaderbesluit 2002/584/JBZ (hierna: Kaderbesluit EAB). Dit beginsel is alleen niet van toepassing als de strafvervolging niet leidt tot een toepassing van een maatregel die de persoonlijke vrijheid beperkt. De voorlopige hechtenis van verdachte heeft betrekking gehad op twee feiten, waardoor genoemde uitzondering niet van toepassing is. Dit betekent dat, behoudens wanneer er sprake is van expliciete toestemming van de Duitse autoriteiten, er geen vervolging mogelijk is voor feit 2.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd571a4d4876b67a5ec5a98d7f4e98991a7090467dbbef06521b5f51057d7dcd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd571a4d4876b67a5ec5a98d7f4e98991a7090467dbbef06521b5f51057d7dcd, en de alinea staat in dat document op bytes 8621 tot 9720.