Citaat | Rechtbank Amsterdam 11 juli 2019

Onder 3.1 Rechtbank Amsterdam 11 juli 2019

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 11 juli 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:4952.

De officieren van justitie stellen zich op het standpunt dat, als de rechtbank van oordeel is dat sprake is van een ‘ander feit’ in de zin van artikel 27 lid 2 Kaderbesluit EAB en daarmee aanvullende toestemming dient te worden verkregen, geldt dat verdachte op geen enkel moment gedetineerd is geweest op basis van artikel 279 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) en dat het specialiteitsbeginsel niet in de weg staat aan de vervolging en berechting voor enig ander feit dan waarvoor de overlevering is toegestaan. Uit de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: EU HvJ) [naam uitspraak] en [naam uitspraak] volgt dat een persoon kan worden vervolgd en berecht voor ‘enig ander feit’ dan dat welk de reden tot zijn of haar overlevering is geweest, dat strafbaar is gesteld met een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel, zonder dat de toestemmingsprocedure hoeft te worden gevolgd, op voorwaarde dat tijdens de strafvervolging geen vrijheidsbeperkende maatregel wordt opgelegd. Als die persoon echter wordt veroordeeld tot een vrijheidsbeperkende straf of maatregel, dan kan die straf pas ten uitvoer worden gelegd als toestemming is verleend door de uitvoerende lidstaat (in dit geval Duitsland). De aanvullende toestemming wordt momenteel aangevraagd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd571a4d4876b67a5ec5a98d7f4e98991a7090467dbbef06521b5f51057d7dcd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd571a4d4876b67a5ec5a98d7f4e98991a7090467dbbef06521b5f51057d7dcd, en de alinea staat in dat document op bytes 9905 tot 11237.