Citaat | Rechtbank Amsterdam 11 juli 2019
Onder 4.1 Rechtbank Amsterdam 11 juli 2019
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 11 juli 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:4952.
Uit het bewijs volgt dat er in vrijwel alle opzichten een nauwe en bewuste samenwerking is geweest tussen alle verdachten die er op was gericht om [naam ontvoerd meisje] , eventueel met geweld, bij haar moeder weg te halen. Deze nauwe en bewuste samenwerking was er ten tijde van de voorbereiding, de feitelijke uitvoering en de afhandeling van de ontvoering. Verdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat iedereen wist wat hij of zij moest doen. Dat er een duidelijke rolverdeling was, waar iedereen zich aan hield en van op de hoogte was, blijkt ook uit het draaiboek ‘ [naam document 1] ’ en de feitelijke uitvoering die aan dit vooraf uitgewerkte plan is gegeven. Iedere verdachte heeft in die rol zijn of haar eigen substantiële bijdrage geleverd aan de ontvoering. Zonder die bijdrage kon de ontvoering niet worden voltooid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd571a4d4876b67a5ec5a98d7f4e98991a7090467dbbef06521b5f51057d7dcd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd571a4d4876b67a5ec5a98d7f4e98991a7090467dbbef06521b5f51057d7dcd, en de alinea staat in dat document op bytes 17651 tot 18502.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd571a4d4876b67a5ec5a98d7f4e98991a7090467dbbef06521b5f51057d7dcd | shasum -a 256