Citaat | Rechtbank Amsterdam 11 juli 2019
Onder 4.3.1 Rechtbank Amsterdam 11 juli 2019
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 11 juli 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:4952.
In Duitsland heeft [medeverdachte 2] een envelop met geld gekregen van [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] had dit geld gekregen van [naam vader] . [medeverdachte 2] zou nog een tweede deel krijgen. Het ging voor [medeverdachte 2] om een bedrag van in totaal € 20.000,-. [medeverdachte 3] zou hetzelfde bedrag ontvangen. Toen [medeverdachte 2] zich op 30 september 2016 meldde bij de politie, had hij een bedrag van € 7.400,- bij zich, het restant van het aan hem uitgekeerde gedeelte nadat hij daarvan enkele kosten voor de ontvoering had betaald.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd571a4d4876b67a5ec5a98d7f4e98991a7090467dbbef06521b5f51057d7dcd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd571a4d4876b67a5ec5a98d7f4e98991a7090467dbbef06521b5f51057d7dcd, en de alinea staat in dat document op bytes 33156 tot 33723.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd571a4d4876b67a5ec5a98d7f4e98991a7090467dbbef06521b5f51057d7dcd | shasum -a 256