Citaat | Rechtbank Amsterdam 7 augustus 2019
Onder 2.3. Rechtbank Amsterdam 7 augustus 2019
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 7 augustus 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:5729.
Volgens Promontoria c.s. zouden geen prejudiciële vragen gesteld moeten worden. Aan de grond van artikel 392 onder b Rv is niet voldaan, want er lopen nog slechts vijf procedures over de transactie met Van Lanschot en in de andere procedures spelen de vragen die de rechtbank aan de Hoge Raad wenst te stellen geen rol. Wat de grond van onderdeel a van genoemd artikel betreft is volgens Promontoria c.s. een belangrijk verschil tussen de onderhavige transactie en de in r.o. 4.44 van het tussenvonnis genoemde transacties de wijze van overdracht. In dit geding heeft Promontoria zich op het standpunt gesteld dat als er geen contractsoverneming heeft plaatsgevonden, de vorderingen van Van Lanschot op de Immobile aan haar zijn gecedeerd. Promontoria c.s. stelt dat bij de in r.o. 4.44 van het tussenvonnis genoemde andere transacties het over te dragen gedeelte van de onderneming door middel van afsplitsing is ondergebracht in een aparte vennootschap, die vervolgens is overgedragen door middel van een aandelenoverdracht, zodat in die gevallen geen cessie heeft plaatsgevonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19dd0bb261a471dd4e886963ba76691da72a1ed9079c9d3518b6e675289ef764. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19dd0bb261a471dd4e886963ba76691da72a1ed9079c9d3518b6e675289ef764, en de alinea staat in dat document op bytes 10155 tot 11333.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/19dd0bb261a471dd4e886963ba76691da72a1ed9079c9d3518b6e675289ef764 | shasum -a 256