Citaat | Rechtbank Amsterdam 7 augustus 2019

Onder 2.4. Rechtbank Amsterdam 7 augustus 2019

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 7 augustus 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:5729.

De rechtbank is van oordeel dat de stellingen van partijen over het aantal zaken dat thans in concreto aanhangig is waarin de aan de Hoge Raad te stellen vragen spelen niet tot het oordeel kunnen leiden dat die vragen achterwege moeten blijven. Reeds in het tussenvonnis is aangenomen dat dit aantal beperkt is, zodat het de vraag is of aan de grond van artikel 392 onder b is voldaan. De noodzaak om de vragen te stellen berust op de a-grond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19dd0bb261a471dd4e886963ba76691da72a1ed9079c9d3518b6e675289ef764. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19dd0bb261a471dd4e886963ba76691da72a1ed9079c9d3518b6e675289ef764, en de alinea staat in dat document op bytes 11413 tot 11870.