Citaat | Rechtbank Amsterdam 7 augustus 2019
Onder 2.8. Rechtbank Amsterdam 7 augustus 2019
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 7 augustus 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:5729.
De eerste vraag moet volgens Promontoria niet gesteld worden omdat het een ‘acte clair’ is. De mogelijkheid tot overdracht van kredietvorderingen aan een derde, ook indien die derde niet een bank betreft is stevig in ons rechtssysteem verankerd, in de doctrine wordt het bestaan van die mogelijkheid nimmer betwijfeld en van die mogelijkheid wordt in de praktijk op zeer grote schaal gebruik gemaakt. Promontoria wijst op de praktijk van securitisations. Promontoria stelt dat als onoverdraagbaarheid van de vordering zou worden aangenomen, uit het wettelijk systeem (art. 3:98 BW) volgt dat dan ook verpanding is uitgesloten. Verpanding van een vordering kan ook tot dezelfde gevolgen leiden als cessie, namelijk dat de pandhouder na openbaarmaking van het pandrecht inningsbevoegd wordt. Bij een typische securitisation-transactie is de nieuwe schuldeiser geen bank, maar een zogeheten special purpose vehicle , waaraan de vorderingen worden gecedeerd. Securitisations komen op zeer grote schaal voor en het stellen van een vraag daarover aan de Hoge Raad zou tot uitstel van dergelijke transacties kunnen leiden of deze zouden tegen aanzienlijk hogere kosten uitgevoerd kunnen worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19dd0bb261a471dd4e886963ba76691da72a1ed9079c9d3518b6e675289ef764. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19dd0bb261a471dd4e886963ba76691da72a1ed9079c9d3518b6e675289ef764, en de alinea staat in dat document op bytes 17339 tot 18603.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/19dd0bb261a471dd4e886963ba76691da72a1ed9079c9d3518b6e675289ef764 | shasum -a 256