Citaat | Rechtbank Amsterdam 7 augustus 2019

Onder 2.14. Rechtbank Amsterdam 7 augustus 2019

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 7 augustus 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:5729.

De rechtbank heeft in het tussenvonnis al overwogen dat beantwoording van deze vraag niet van direct belang is voor de onderhavige zaak, maar mogelijk wel voor andere zaken. Het gaat hierbij niet alleen om andere Promontoria zaken, maar de positie van een verkopende bank is van belang in alle gevallen waarin een bank een pakket leningen verkoopt aan een niet-bank. Het is zeer wel mogelijk dat juist voor de beantwoording van de vragen 2 en 3 van belang is de rechten van de cliënt te jegens enerzijds de verkopende bank en anderzijds de niet-bank die de lening koopt in samenhang met elkaar te bezien. Daarvoor biedt vraag 4 een aanknopingspunt. Deze vraag zal dan ook worden gehandhaafd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19dd0bb261a471dd4e886963ba76691da72a1ed9079c9d3518b6e675289ef764. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19dd0bb261a471dd4e886963ba76691da72a1ed9079c9d3518b6e675289ef764, en de alinea staat in dat document op bytes 21402 tot 22108.