Citaat | Rechtbank Amsterdam 19 september 2019

Onder 3.4. Rechtbank Amsterdam 19 september 2019

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 19 september 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:7062.

[gedaagde sub 2] heeft - kort gezegd - het volgende verweer gevoerd. Eigen Haard was er van meet af aan van op de hoogte dat [gedaagde sub 2] met haar zoontje in de woning zou gaan wonen. Zij heeft aan haar moeder [gedaagde sub 1] herhaaldelijk verzocht om zich te mogen inschrijven op het adres van de woning, maar dat heeft zij steeds geweigerd. [gedaagde sub 2] heeft maandelijks tussen de € 800,-- en € 900,-- aan huur aan [gedaagde sub 1] betaald en maandelijks ongeveer € 150,-- aan extra kosten. [gedaagde sub 2] woont al jaren lang in [plaats 1] en de woning is gunstig gelegen voor haar minderjarige zoontje. Hij gaat daar in de buurt naar school en naar zwemles, en zijn vader, oma en vrienden wonen op loopafstand. Mede gelet op recent aangegaan co-ouderschap is het voor hem van belang dat hij in deze buurt kan blijven wonen. [gedaagde sub 2] komt onderhuurbescherming toe nu zij haar hoofverblijf heeft in de woning en het een zelfstandige woning betreft. Eigen Haard zal geen beroep kunnen doen op een van de gronden zoals genoemd in artikel 7:269 lid 2 BW. De vordering tot ontruiming dient dan ook te worden afgewezen, aldus [gedaagde sub 2] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e09dec28e30c2f5bd59900e61e4a4e5109b67c21f544c86b197baba0892fb770. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e09dec28e30c2f5bd59900e61e4a4e5109b67c21f544c86b197baba0892fb770, en de alinea staat in dat document op bytes 31721 tot 32910.