Citaat | Rechtbank Amsterdam 19 september 2019

Onder 5.5. Rechtbank Amsterdam 19 september 2019

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 19 september 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:7062.

Onbetwist is voorts dat [gedaagde sub 1] gedurende de gehele duur van de huurovereenkomst met Eigen Haard, de woning aan [gedaagde sub 2] in gebruik heeft gegeven. [gedaagde sub 1] heeft aangevoerd dat dit op basis van inwoning tegen betaling van kostgeld zou zijn. De omstandigheid dat zij niet zelf in de woning haar hoofdverblijf had, sluit echter uit dat van inwoning sprake was. Bovendien valt dit moeilijk te rijmen met de maandelijkse betalingen aan haar door [gedaagde sub 2] met als toelichting ‘huur’, die blijken uit de door [gedaagde sub 2] in het geding gebrachte bankafschriften. Voldoende aannemelijk is dan ook dat [gedaagde sub 1] de woning in strijd met artikel 7 lid 14 AVSW heeft onderverhuurd aan haar dochter [gedaagde sub 2] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e09dec28e30c2f5bd59900e61e4a4e5109b67c21f544c86b197baba0892fb770. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e09dec28e30c2f5bd59900e61e4a4e5109b67c21f544c86b197baba0892fb770, en de alinea staat in dat document op bytes 36759 tot 37526.