Citaat | Rechtbank Amsterdam 19 september 2019

Onder 5.8. Rechtbank Amsterdam 19 september 2019

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 19 september 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:7062.

Geoordeeld wordt als volgt. [gedaagde sub 2] heeft desgevraagd ter zitting bevestigd dat zij zich op het moment dat [gedaagde sub 1] de huurovereenkomst aanging, ervan bewust was dat zij met haar eigen twaalf inschrijfjaren niet in aanmerking kwam voor toewijzing van de woning. [gedaagde sub 2] had (de inschrijfduur van) haar moeder [gedaagde sub 1] dan ook nodig om ter plaatse te kunnen gaan wonen. [gedaagde sub 2] heeft ter zitting verklaard dat zij aanvankelijk dacht dat zij samen met [gedaagde sub 1] in de woning zou gaan wonen. In dat geval zou sprake zijn van een inwonend kind en (dus) niet van ontduiking van de regelgeving voor sociale huurwoningen. Dit samenwonen heeft echter feitelijk nooit plaatsgevonden. Blijkens haar eigen, hiervoor in 2.10 weergegeven, verklaring, zoals bevestigd ter zitting, woonde [gedaagde sub 2] in de praktijk van meet af aan in de woning met haar zoontje, maar zonder haar moeder. Onder deze omstandigheden, met name gelet op het (meergenoemde) feit dat sociale huurwoningen in [plaats 1] zeer schaars zijn en [gedaagde sub 2] zelf niet voor toewijzing daarvan in aanmerking kwam, is aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van Eigen Haard kan worden gevergd dat zij de huur met [gedaagde sub 2] voortzet. De omstandigheid echter dat geen sprake lijkt te zijn geweest van een vooropgezet plan, zal hierna tot uiting komen in de ontruimingstermijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e09dec28e30c2f5bd59900e61e4a4e5109b67c21f544c86b197baba0892fb770. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e09dec28e30c2f5bd59900e61e4a4e5109b67c21f544c86b197baba0892fb770, en de alinea staat in dat document op bytes 40417 tot 41887.