Citaat | Rechtbank Amsterdam 19 september 2019

Onder 5.20. Rechtbank Amsterdam 19 september 2019

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 19 september 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:7062.

De vraag rijst echter of de beoordeling van de eerlijkheid van het boetebeding mag worden beperkt tot dit beding zelf. In het licht van het Radlingerarrest van het HvJEU van 21 april 2016, ECLI:EU:C:2016:283, moet de vraag onder ogen worden gezien of bij die beoordeling ook de overige (boete)bedingen in de huurovereenkomst dienen te worden betrokken. Het gaat hier met name om de hiervoor in 2.2 onder 7.8 (gemeenschappelijke ruimten) 7.9 (tuin als opslagruimte) 7.15 (vakantieverhuur) 7.16 (poging tot onderverhuur) 7.17 (kamerverhuur), 7.19 (verdovende middelen) 15.1 (oplevering bij einde huur) en 17.4 (vangnetbepaling) vermelde boetebedingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e09dec28e30c2f5bd59900e61e4a4e5109b67c21f544c86b197baba0892fb770. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e09dec28e30c2f5bd59900e61e4a4e5109b67c21f544c86b197baba0892fb770, en de alinea staat in dat document op bytes 50482 tot 51145.