Citaat | Rechtbank Amsterdam 17 oktober 2019
Onder 4.10. Rechtbank Amsterdam 17 oktober 2019
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 17 oktober 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:7705.
De verwerkingsverantwoordelijke zal moeten aantonen dat in dit concrete geval aan zijn belangen (zoals hiervoor omschreven onder 4.8) meer gewicht toekomt dan aan de belangen van de betrokkene. Daarvoor volstaat niet om in het algemeen te wijzen op de wettelijke plicht tot het deelnemen aan een stelsel van kredietregistratie of op het maatschappelijk belang daarvan. Ook is het niet voldoende om zich op de regels van het AR (bijvoorbeeld dat een code vijf jaar zichtbaar blijft) te beroepen; het AR is geen wettelijke regeling en zij geldt in beginsel slechts tussen het BKR en de daarbij aangesloten financiële instellingen. Wel geven deze regels, die zijn gepubliceerd, aan eenieder inzicht in de wijze waarop het BKR en de aangesloten financiële instellingen uitvoering willen geven aan de aan hen in artikel 4:32 Wft opgedragen taak. In zoverre dragen zij bij aan de rechtszekerheid en kunnen kredietaanbieders deze tot uitgangspunt nemen, maar afhankelijk van de uitkomst van de bij 4.9 genoemde toets zal een kredietaanbieder daarvan in voorkomend geval moeten afwijken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f0bdb08d34e15a02beee1ba8b1ef2c6719823259b196675e6a031686e1a95c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f0bdb08d34e15a02beee1ba8b1ef2c6719823259b196675e6a031686e1a95c9, en de alinea staat in dat document op bytes 24647 tot 25741.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8f0bdb08d34e15a02beee1ba8b1ef2c6719823259b196675e6a031686e1a95c9 | shasum -a 256