Citaat | Rechtbank Amsterdam 17 oktober 2019

Onder 4.12. Rechtbank Amsterdam 17 oktober 2019

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 17 oktober 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:7705.

Ten aanzien van deze laatste omstandigheid – tijdverloop – geldt dat, zoals hiervoor is overwogen, artikel 14 AR met de daarin opgenomen vijfjaarstermijn geen wet in formele of materiële zin is. Die termijn behelst een beleidsbeslissing van de representatieve organisaties die samen de Stichting BKR bemensen en heeft als zodanig gezag. Naarmate het einde van de termijn van vijf jaar nadert, krijgt de factor tijdverloop in het algemeen meer gewicht. De reden daarvan is dat de nog wel aanwezige belangen bij het voortduren van de registratie na het verstrijken van een langere periode steeds verder in gewicht afnemen in relatie tot de belangen van de betrokkene bij verwijdering daarvan. Kortom, de ‘lat’ wat betreft het gewicht van de over en weer in aanmerking te nemen belangen komt dus met het voortschrijden van de tijd na de registratie van de herstelmelding, steeds hoger te liggen voor de kredietverstrekker en dienovereenkomstig lager voor degene ten aanzien van wie de gegevens zijn geregistreerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f0bdb08d34e15a02beee1ba8b1ef2c6719823259b196675e6a031686e1a95c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f0bdb08d34e15a02beee1ba8b1ef2c6719823259b196675e6a031686e1a95c9, en de alinea staat in dat document op bytes 27538 tot 28571.