Citaat | Rechtbank Amsterdam 31 oktober 2019
Onder 7.3. Rechtbank Amsterdam 31 oktober 2019
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 31 oktober 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:8172.
Verdachte was ten tijde van de feiten éénentwintig jaar. Het uitgangspunt is dat een jongvolwassen verdachte, die ten tijde van het strafbare feit meerderjarig is, volgens het volwassenenstrafrecht wordt berecht. De rechtbank ziet, gelet op de hiervoor genoemde adviezen in de rapporten, echter aanleiding in de persoon van de verdachte om recht te doen overeenkomstig de bepalingen van het jeugdstrafrecht (het zogenaamde adolescentenstrafrecht). Daarbij is voor de rechtbank doorslaggevend dat verdachte verstandelijk en sociaal emotioneel op een jonger niveau functioneert en dat zijn persoonlijkheid nog niet voldoende is uitgekristalliseerd. Eveneens is de rechtbank van oordeel dat op grond van het verhandelde ter terechtzitting, voldoende is komen vast te staan dat verdachte de bewezenverklaarde feiten heeft gepleegd onder invloed van zijn licht verstandelijke beperking. De rechtbank acht verdachte dan ook verminderd toerekeningsvatbaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3ce4b85d85f9a1a6d269b66cba5e9158a5c1fd10886a813cf62626e473915f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3ce4b85d85f9a1a6d269b66cba5e9158a5c1fd10886a813cf62626e473915f5, en de alinea staat in dat document op bytes 25170 tot 26135.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3ce4b85d85f9a1a6d269b66cba5e9158a5c1fd10886a813cf62626e473915f5 | shasum -a 256