Citaat | Rechtbank Amsterdam 31 oktober 2019

Onder 7.3. Rechtbank Amsterdam 31 oktober 2019

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 31 oktober 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:8172.

Bij zulke ernstige feiten als die de verdachte heeft gepleegd worden vaak lange gevangenisstraffen opgelegd. De toepassing van het adolescentenstrafrecht brengt echter met zich dat de rechtbank is gebonden aan de maximale vrijheidsstraf die kan worden opgelegd in het jeugdstrafrecht, te weten een jeugddetentie van 24 maanden. Om de ernst van de feiten tot uitdrukking te laten komen, zal aan verdachte de maximale jeugddetentie worden opgelegd. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat ook de geadviseerde GBM dient te worden opgelegd. Zowel de ernst en veelvuldigheid van de bewezen verklaarde feiten als het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van verdachte vereisen de oplegging van deze maatregel. Verdachte heeft kennelijk een strak kader nodig om zich aan voorwaarden te houden en de GBM biedt een dergelijk kader. Dat een haalbaarheidsonderzoek met betrekking tot de concrete voorwaarden door de jeugdreclassering nog niet heeft plaatsgevonden, staat aan de oplegging van de GBM niet in de weg. De rechtbank weegt hierin mee dat voor een haalbaarheidsonderzoek minimaal drie maanden nodig zijn en verdachte nog geruime tijd langer in jeugddetentie zal zitten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3ce4b85d85f9a1a6d269b66cba5e9158a5c1fd10886a813cf62626e473915f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3ce4b85d85f9a1a6d269b66cba5e9158a5c1fd10886a813cf62626e473915f5, en de alinea staat in dat document op bytes 26301 tot 27504.