Citaat | Rechtbank Amsterdam 12 december 2019

Onder 12.2. Rechtbank Amsterdam 12 december 2019

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 12 december 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:9291.

De rechtbank acht de uitkomst van de belangenafweging niet onredelijk. Allereerst is hiervoor in rechtsoverweging 10.4 al geoordeeld dat sprake is van een schaarse vergunning en een schaarse vergunning kan in beginsel niet voor onbepaalde tijd worden verleend. Volgens de Afdeling en Widdershoven vloeit deze eis voort uit het materiële gelijkheidsbeginsel en wordt zo voorkomen dat de ‘uitverkoren’ vergunninghouder onevenredig wordt bevoordeeld. Omdat het leerstuk van de schaarse vergunning de kern raakt van de vergunning heeft verweerder in redelijkheid de vergunning met toepassing van artikel 1.2.6, eerste lid, van de Vob kunnen verlenen voor bepaalde tijd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b2f35f3661541000df447db82289c54dd5261c1644029cca2384fec6065ebf7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b2f35f3661541000df447db82289c54dd5261c1644029cca2384fec6065ebf7, en de alinea staat in dat document op bytes 21846 tot 22594.