Citaat | Rechtbank Amsterdam 20 december 2019

Onder 4.13. Rechtbank Amsterdam 20 december 2019

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 20 december 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:9724.

Om voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking te komen, is naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad vereist dat het desbetreffende werk een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt. Blijkens rechtspraak van het HvJEU moet het gaan om “een eigen intellectuele schepping van de auteur van het werk”. Bij de hantering van beide criteria geldt dat ter beantwoording van de vraag of sprake is van inbreuk op een auteursrecht op een gebruiksvoorwerp, dient te worden beoordeeld in welke mate de totaalindrukken van het beweerd inbreuk makende werk en het beweerd bewerkte of nagebootste werk overeenstemmen. Anders gezegd gaat het in dit verband erom of met het beweerd inbreukmakende werk voldoende afstand wordt genomen van het beweerd nagebootste werk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca249a7272e0b8d38fb5aad7ba05b5c7d3e472490c13218aec955566f7c4b339. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca249a7272e0b8d38fb5aad7ba05b5c7d3e472490c13218aec955566f7c4b339, en de alinea staat in dat document op bytes 35748 tot 36564.