Citaat | Rechtbank Amsterdam 11 september 2019

Onder 3.3. Rechtbank Amsterdam 11 september 2019

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 11 september 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:9965.

Volgens de luchtvaartmaatschappijen is er bij de huidige stand van zaken geen enkele reden waarom ook zij nu reeds gegevens en stukken in het geding zouden moeten brengen. De luchtvaartmaatschappijen wijzen erop dat ook in de Engelse procedure eerst de eiseressen via de Scott Schedules een volledige en gedetailleerde onderbouwing hebben gegeven van de transacties waarop zij hun vorderingen baseerden en dat daarna pas op basis van die gegevens werd onderzocht in hoeverre overlegging van aanvullende gegevens door de luchtvaartmaatschappijen nodig en gerechtvaardigd was. Iedere analyse van de vorderingen begint immers bij de vraag om welke luchtvrachtdiensten het gaat en wat er voor de betrokken luchtvrachtdienst is betaald. Aangezien de vorderingen van Equilib en SCC vorderingen zijn van indirecte afnemers van de luchtvaartmaatschappijen, geldt dat deze informatie zich exclusief in het domein van Equilib en SCC (en de shipper s/cedenten) bevindt. Voor de beoordeling van de vorderingen is verder van belang op welke datum het luchtvrachtvervoer is afgenomen en op welke route het luchtvrachtvervoer betrekking heeft. Ook deze informatie hebben de luchtvaartmaatschappijen niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0b45f4c905ed779b4a24c5cb3964b40e550c8a225eda90979ccd0d3e45eb63a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0b45f4c905ed779b4a24c5cb3964b40e550c8a225eda90979ccd0d3e45eb63a, en de alinea staat in dat document op bytes 59215 tot 60451.