Citaat | Rechtbank Amsterdam 7 februari 2020
Alinea 31 Rechtbank Amsterdam 7 februari 2020
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 7 februari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:1113.
De vordering wordt op grond van het voorgaande als zijnde onvoldoende onderbouwd afgewezen. Voor zover de dochter van de gedaagde partij de vordering heeft erkend staat dit aan de beslissing niet in de weg. Ook bij erkende vorderingen rust op de rechter de verplichting in het geval van consumentenrecht de vordering ambtshalve te toetsen, nog daargelaten dat de erkenning niet door de gedaagde partij is gedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ed72cfc015b5bbe11b65877afd6773575b08741fb413e21afd4f695f3dfe7df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ed72cfc015b5bbe11b65877afd6773575b08741fb413e21afd4f695f3dfe7df, en de alinea staat in dat document op bytes 11566 tot 11991.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9ed72cfc015b5bbe11b65877afd6773575b08741fb413e21afd4f695f3dfe7df | shasum -a 256