Citaat | Rechtbank Amsterdam 18 maart 2020

Onder 4.37. Rechtbank Amsterdam 18 maart 2020

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 18 maart 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2200.

Diercks (in zijn laatste rapport, van 14 oktober 2019): “Op 6 november 2012 is een toename te zien van de dorsale angulatie tot 20 graden. Op grond van dit röntgenonderzoek wordt bevestigd dat er sprake is van een instabiele fractuur met toenemende dislocatie. Bij dit bezoek was er geen sprake meer van een acceptabele repositiestand en had dit met (…) patiënt besproken moeten worden. Een operatieve behandeling, bij deze patiënt met deze fractuur, was volgens de richtlijn de aangewezen keuze. In het dossier staat een opmerking: ‘overleg [naam 3] ; expectatief”, maar er is op geen enkele wijze een motivatie te vinden waarop het besluit om de door de richtlijn geadviseerde behandeling (operatief) niet te volgen gebaseerd is. Nergens in de status kan ik de overweging terugvinden waarom hiervoor gekozen is, en ook na het advies uit de “Expert Clinic” is de motivatie om dit advies te volgen niet omschreven. Op dit moment, met deze röntgenfoto, is duidelijk dat het te verwachten anatomisch resultaat niet goed zou zijn, en er functiebeperkingen zullen overblijven, zoals inderdaad vastgesteld op het consult d.d. 10-01-2013. Hierover, en over de wijze waarop dit met de patiënt is gecommuniceerd, is in het dossier niets te vinden. De enige patiënt gerelateerde factor die als contra-indicatie had kunnen dienen was het, qua botgenezing, relatief ongunstige moment 18 dagen na het letsel, zoals door Collega Schep en door mij beschreven. In het dossier staat deze overweging nergens vermeld, en ook niet dat hierover met de patiënt is gesproken. Ik blijf daarom bij mijn conclusie dat open rond 6 november 2012 door de afdeling chirurgie/traumatologie van het VUMC niet die mate van professionele zorg verleend is die volgens de op dat moment geldende professionele standaard verwacht had kunnen worden. Zelfs al zou het hoge risico op een slechte functionele en radiologische uitkomst de grond zijn geweest voor het voortzetten van de conservatieve behandeling waarvan niets terug te vinden is in het dossier, dan nog zou de keuze voor de verdere niet-operatieve behandeling versus het overgaan tot een operatieve behandeling met de patiënt besproken moeten worden. De patiënt is niet betrokken. Elke behandelaar heeft de professionele verantwoordelijkheid om de naar zijn kennis beste behandeling voor de specifieke patiënt te leveren, en kan daarbij van een richtlijn afwijken, mits dit gemotiveerd gebeurt. Daar kan ik in dit dossier echter geen teken van terugvinden.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3ba27227dc5a9fd9128f98c8666cfd1e5d841beddeab3128f33abb55721a5a2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3ba27227dc5a9fd9128f98c8666cfd1e5d841beddeab3128f33abb55721a5a2, en de alinea staat in dat document op bytes 60409 tot 62962.