Citaat | Rechtbank Amsterdam 20 april 2020

Alinea 21 Rechtbank Amsterdam 20 april 2020

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 20 april 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2213.

Wat betreft de precontractuele informatieverplichtingen licht eisende partij in een productie toe waar (maar overigens niet vanaf wanneer) de in artikel 6:230m lid 1 BW bedoelde en op de overeenkomst toepasselijke wettelijke informatieverplichtingen op haar website (dan wel de website van een derde partij via welke partij de overeenkomst is aangegaan) te vinden zijn, zoals bij de ‘veelgestelde vragen’. Eisende partij verwijst ook naar haar algemene voorwaarden. Uit de stellingen in de dagvaarding en de schermafdrukken ter onderbouwing daarvan blijkt naar het oordeel van de kantonrechter niet, althans onvoldoende dat eisende partij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst, bijvoorbeeld gedurende het online bestelproces, alle van toepassing zijnde informatie van artikel 6:230m lid 1 BW op duidelijke en begrijpelijke wijze aan gedaagde partij heeft verstrekt. Ook een verwijzing naar bepalingen in haar algemene voorwaarden volstaat niet. Reden waarom niet kan worden vastgesteld dat eisende partij op juiste wijze aan haar informatieverplichtingen heeft voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b1d87102b15e225ad999f056e886d750c485fc167076659ef70d5f80b8fbf660. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b1d87102b15e225ad999f056e886d750c485fc167076659ef70d5f80b8fbf660, en de alinea staat in dat document op bytes 8011 tot 9107.