Citaat | Rechtbank Amsterdam 8 april 2020

Onder 8.1. Rechtbank Amsterdam 8 april 2020

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 8 april 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2324.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit de weigering van de aangevraagde vergunning voor de periode van 1 april 2020 tot 1 april 2022 onvoldoende heeft gemotiveerd. In artikel 2.51, derde lid, van de APV zijn weliswaar weigeringsgronden opgenomen om een aanvraag af te kunnen wijzen, echter heeft verweerder onvoldoende onderbouwd dat daar in onderhavige procedure sprake van is. Volgens verweerder gaat het om de weigeringsgronden ‘hinder voor het woon-en leefklimaat’, ‘onevenredig beslag op de openbare ruimte’ en een ‘gevaar voor de doorstroming van het verkeer’. Ter onderbouwing verwijst verweerder naar de documenten ‘Stad in Balans 2017’, ‘Stad in Balans 2018-2022’ en ‘Het Amsterdams Beleid rond Alternatief Personenvervoer, tweede evaluatie, Ecorys 14 januari 2015’. Echter blijkt uit geen van deze documenten dat de door verweerder in het bestreden besluit aangehaalde weigeringsgronden zich voordoen met betrekking tot fietstaxi’s. Ook heeft de gemachtigde van verweerder ter zitting onvoldoende kunnen uitleggen waaruit volgt dat de weigeringsgronden zich voordoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff1daf06e2a64d539df2506431da8e3ca49a1dd4606e8010a503ad26098df30f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff1daf06e2a64d539df2506431da8e3ca49a1dd4606e8010a503ad26098df30f, en de alinea staat in dat document op bytes 14467 tot 15612.