Citaat | Rechtbank Amsterdam 1 april 2020
Onder 3.3. Rechtbank Amsterdam 1 april 2020
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 1 april 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2842.
Artikel 1018c lid 2, eerste zin, Rv schrijft op straffe van niet ontvankelijkheid voor dat in afwijking van artikel 125 lid 2 Rv het exploot van dagvaarding ter griffie wordt ingediend binnen twee dagen na de dag van dagvaarding, onder gelijktijdige aantekening van de dagvaarding in het centraal register voor collectieve vorderingen. De Stichtingen hebben dit voorschrift niet volledig in acht genomen. De van 26 februari 2020 daterende dagvaarding is kennelijk op 27 februari 2020 (dus tijdig) aangetekend in het centraal register voor collectieve vorderingen. Het exploot van dagvaarding is echter pas op 10 maart 2020 (dus te laat) ter griffie ingediend. Het is de vraag of dit laatste tot niet ontvankelijkheid moet leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df0b7cc2c9c42c4616ff213b796993a98ba2d0e7c73827491ea5ed56b54ab812. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df0b7cc2c9c42c4616ff213b796993a98ba2d0e7c73827491ea5ed56b54ab812, en de alinea staat in dat document op bytes 11902 tot 12645.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df0b7cc2c9c42c4616ff213b796993a98ba2d0e7c73827491ea5ed56b54ab812 | shasum -a 256