Citaat | Rechtbank Amsterdam 1 april 2020
Onder 3.6. Rechtbank Amsterdam 1 april 2020
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 1 april 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2842.
De sanctie van niet ontvankelijkheid gaat in dit geval echter te ver, nu daarmee geen enkel belang is gediend. [gedaagde] stelt dat ook niet. Artikel 1018c lid 2 Rv is eerst en vooral een publiciteitsvoorschrift. De Stichtingen hebben van de dagvaarding tijdig aantekening gemaakt in het centraal register. Eventuele andere belangenhartigers zijn daarmee tijdig geïnformeerd over het bestaan van de onderhavige collectieve vordering. Gesteld noch gebleken is dat een collectieve vordering voor dezelfde gebeurtenis of gebeurtenissen is ingesteld. Aldus is de te late indiening ter griffie in dit geval niet meer dan een administratief verzuim waardoor geen (potentiële) procespartijen in hun belangen zijn geschaad, een administratief verzuim dat ook voor het overige geen blijvende nadelige gevolgen heeft gehad of zal hebben.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df0b7cc2c9c42c4616ff213b796993a98ba2d0e7c73827491ea5ed56b54ab812. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df0b7cc2c9c42c4616ff213b796993a98ba2d0e7c73827491ea5ed56b54ab812, en de alinea staat in dat document op bytes 15898 tot 16740.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df0b7cc2c9c42c4616ff213b796993a98ba2d0e7c73827491ea5ed56b54ab812 | shasum -a 256