Citaat | Rechtbank Amsterdam 11 juni 2020

Onder 4.9. Rechtbank Amsterdam 11 juni 2020

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 11 juni 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2917.

Bij de beoordeling geldt het volgende. Als de UvA gebruik maakt van online proctoring is zij verantwoordelijk voor de verwerking van persoonsgegevens. Volgens de AVG is de verwerking van persoonsgegevens slechts rechtmatig indien aan tenminste een van de voorwaarden van artikel 6 lid 1 is voldaan. De UvA heeft zich in eerste instantie beroepen op artikel 6 lid 1 sub f AVG, maar heeft ter zitting gesteld dat hoe dan ook sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 6 lid 1 AVG, nu vast staat dat de UvA gegevens mag verwerken in het kader van examens, op grond van het bepaalde sub e of sub f. Niet in geschil is dat de UvA een overheidsinstantie is, zodat zij zich, gezien de tekst van de AVG niet kan beroepen op de f-grond van artikel 6 lid 1 AVG.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/87565a7e170d51c1d6cb0926d18cc27d46d3806205ee98ba70f3eddfca93dadf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 87565a7e170d51c1d6cb0926d18cc27d46d3806205ee98ba70f3eddfca93dadf, en de alinea staat in dat document op bytes 36712 tot 37484.