Citaat | Rechtbank Amsterdam 22 januari 2020

Onder 4.6. Rechtbank Amsterdam 22 januari 2020

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 22 januari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:309.

Naar het oordeel van de rechtbank brengt deze (aangekondigde) gewijzigde insteek van Swapschade B.V. echter wel met zich dat er niet langer een zodanige samenhang tussen de vorderingen van de individuele volmachtgevers zal bestaan dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling van die vorderingen wettigen (vgl. HR 27 oktober 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC6348). Bij dit oordeel wordt betrokken dat ABN Amro per volmachtgever ook verweren (een beroep op verjaring en op schending van de klachtplicht) heeft gevoerd, die per volmachtgever individueel beoordeeld zullen moeten worden, én dat zij per volmachtgever reconventionele vorderingen heeft ingesteld. Aan het betoog van ABN Amro dat aan genoemde verweren wellicht niet zal worden toegekomen, dus dat daarin geen reden voor splitsing kan worden gevonden, wordt voorbij gegaan. Nu ABN Amro deze verweren heeft gevoerd, zullen deze ook beoordeeld moeten worden, te meer nu verstrekkende verweren als verjaring en schending klachtplicht juist kunnen maken dat niet aan een inhoudelijke beoordeling van de vorderingen wordt toegekomen. Splitsing van de zaak in drie afzonderlijke procedures is dan ook aangewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a92fc5eb3232c5db5933ca21cdc9350303bd2283772912d2178b62ad64ce663. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a92fc5eb3232c5db5933ca21cdc9350303bd2283772912d2178b62ad64ce663, en de alinea staat in dat document op bytes 17530 tot 18715.