Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 juni 2020
Alinea 29 Rechtbank Amsterdam 29 juni 2020
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 juni 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:3219.
10. Aangaande de wettelijke precontractuele informatieverplichtingen stelt eisende partij dat in de algemene voorwaarden de wettelijke rechten en plichten van gedaagde partij zijn vastgelegd. Ook verwijst eisende partij naar vindplaatsen op de website. Mede gelet op hetgeen is overwogen in rechtsoverweging 7, volstaat een verwijzing naar de algemene voorwaarden niet voor alle informatie als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 BW, zeker niet voor wat betreft voor de wilsvorming van de consument essentiële informatie zoals het herroepingsrecht. Eisende partij lijkt te miskennen dat de omstandigheid dat de informatie als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 BW op diverse plaatsen op de website staat nog niet betekent dat sprake is van informatieverstrekking op passende, duidelijke en begrijpelijke wijze voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst. Op de manier die eisende partij omschrijft is het immers aan de consument zelf om alle informatie op verschillende vindplaatsen op te zoeken, hetgeen niet is te kwalificeren als passende en duidelijke informatieverstrekking. Gelet hierop kan niet worden vastgesteld dat is voldaan aan de precontractuele informatieverplichtingen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c20ca21b5fdf58c50001262eae900aeba2cda9c99d56ffe4480f3a5812cba54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c20ca21b5fdf58c50001262eae900aeba2cda9c99d56ffe4480f3a5812cba54, en de alinea staat in dat document op bytes 13161 tot 14370.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7c20ca21b5fdf58c50001262eae900aeba2cda9c99d56ffe4480f3a5812cba54 | shasum -a 256