Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 juni 2020
Alinea 35 Rechtbank Amsterdam 29 juni 2020
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 juni 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:3219.
12. Eisende partij heeft de brief als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW per e-mail gestuurd. De juistheid van een e-mailadres en de mogelijkheid van een geadresseerde om kennis te nemen van de e-mail staan niet altijd vast. De enkele stelling dat de brief per e-mail is gestuurd is daarom niet voldoende om ervan uit te kunnen gaan dat de brief gedaagde partij heeft bereikt. Er is niet gesteld dat er recent met gedaagde via e-mail is gecorrespondeerd of dat gedaagde partij naar aanleiding van de e-mail met eisende partij contact heeft opgenomen. Dit betekent dat niet kan worden uitgegaan van ontvangst van de per e-mail verzonden brief en om die reden zijn de gevorderde buitengerechtelijke kosten niet toewijsbaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c20ca21b5fdf58c50001262eae900aeba2cda9c99d56ffe4480f3a5812cba54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c20ca21b5fdf58c50001262eae900aeba2cda9c99d56ffe4480f3a5812cba54, en de alinea staat in dat document op bytes 16673 tot 17418.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7c20ca21b5fdf58c50001262eae900aeba2cda9c99d56ffe4480f3a5812cba54 | shasum -a 256