Citaat | Rechtbank Amsterdam 27 juli 2020

Alinea 32 Rechtbank Amsterdam 27 juli 2020

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 27 juli 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:3871.

7. Op basis van de foto’s in het dossier staat vast dat de auto van [eiser] op alle vier de dagen op de [adres 2] telkens met drie wielen in het parkeervak stond geparkeerd. Op [datum 1] stond de auto met het linker voorwiel geparkeerd op de trottoirband. Op [datum 2] , [datum 3] en [datum 4] stond de auto met het linker voorwiel geparkeerd op de trottoirtegels, net naast de trottoirband. Naar het oordeel van de rechtbank is de mate waarin [eiser] het trottoir heeft gebruikt voor het laten staan van zijn auto zó gering dat niet gezegd kan worden dat hij voor het parkeren gebruik heeft gemaakt van het trottoir als bedoeld in artikel 10, eerste lid, RVV 1990.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6adf3cb1d41125016f9363654422b7b000dc950c6c262b744a7a6a38aa9d07e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6adf3cb1d41125016f9363654422b7b000dc950c6c262b744a7a6a38aa9d07e, en de alinea staat in dat document op bytes 11991 tot 12673.