Citaat | Rechtbank Amsterdam 28 juli 2020

Onder 4.3. Rechtbank Amsterdam 28 juli 2020

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 28 juli 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:3902.

Aangeefster heeft verklaard dat zij op 21 maart 2020 omstreeks 13:00 uur vanaf haar huis naar de Jordaan was vertrokken en dat zij tussen 14:00 uur en 14:30 uur van verdachte een voicemailbericht op haar mobiele telefoon kreeg, waarin verdachte zei dat hij in haar woning op de [adres 2] te [plaats 2] stond. Aangeefster heeft verklaard dat verdachte haar, nadat zij hem gedeblokkeerd had op Whatsapp, om 15:21 uur een foto stuurde van haar bed met spullen erop, en dat verdachte die foto later verwijderd heeft. Volgens aangeefster was verdachte boos omdat hij een toilettas bij haar thuis had gevonden, waaruit hij afleidde dat zij vreemdging. Aangeefster heeft vervolgens de politie gebeld. De politie is bij haar thuis gaan kijken en constateerde dat de achterdeur openstond en dat er spullen vernield waren. Aangeefster had haar woning echter zonder schade achtergelaten en de deuren zaten op slot toen zij wegging. Aangeefster is rond 17:30 uur naar huis gegaan en zag, toen zij thuis kwam, dat het cilinderslot naar binnen was gedrukt, dat er keukenkastjes en deuren bespoten waren met het woord ‘hoer’ en dat twee televisies en een laptop vernield waren. Volgens aangeefster is verdachte verantwoordelijk voor deze vernielingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e495d30582ca8eb7a07875a32247b369d838ac0d9a08852f3ace0ebf9494991a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e495d30582ca8eb7a07875a32247b369d838ac0d9a08852f3ace0ebf9494991a, en de alinea staat in dat document op bytes 14528 tot 15781.