Citaat | Rechtbank Amsterdam 19 augustus 2020

Onder 4.12. Rechtbank Amsterdam 19 augustus 2020

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 19 augustus 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:4057.

Artikel 2.5a van de Noodverordening is een algemeen verbindend voorschrift ofwel materiele wetgeving. De voorzieningenrechter in kort geding heeft de bevoegdheid om een dergelijke algemeen werkende regeling buiten werking te stellen indien deze onmiskenbaar onverbindend is, zodat van de betrokkenen, mede in verband met de daarvan voor hen te verwachten schade, niet kan worden gevergd dat zij zich naar de — voorshands onmiskenbaar onrechtmatige — uitvoering daarvan richten (Hoge Raad 1 juli 1983, nr. 12118, r.o. 3.4). Voor ingrijpen in kort geding is dus alleen plaats indien de Noodverordening onmiskenbaar onverbindend is. Deze terughoudendheid houdt hiermee verband dat het in beginsel niet aan de rechter, maar aan de voorzitter van de Veiligheidsregio is om de betrokken belangen vast te stellen en/of af te wegen. Haar moet daarbij ook beoordelingsruimte toekomen. Dat onderstreept de terughoudendheid waarmee de voorzieningenrechter de (on-) rechtmatigheidstoetsing zal moeten uitvoeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71f6cf4e190709b48750cc6cb9bcbd5ea058b416ad9690e0b0c1ef78efef6e06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71f6cf4e190709b48750cc6cb9bcbd5ea058b416ad9690e0b0c1ef78efef6e06, en de alinea staat in dat document op bytes 29371 tot 30387.