Citaat | Rechtbank Amsterdam 13 oktober 2020

Onder 4.15. Rechtbank Amsterdam 13 oktober 2020

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 13 oktober 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:4966.

De geadresseerden van artikel 10 EVRM zijn de staten (“openbaar gezag"). Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) kent in beginsel geen horizontale werking toe aan het bepaalde in artikel 10 EVRM. De stelling in de dagvaarding dat de Hoge Raad horizontale werking van het IVBPR heeft aangenomen, berust op een verkeerde interpretatie van de in de dagvaarding genoemde arresten. In het arrest van 18 november 1981 (NJ 1982/ 444) ging het niet om horizontale werking in de zin van directe verbindendheid van een verdragsbepaling voor particulieren, maar om de toetsing van een nationale wetsbepaling van privaatrechtelijke aard op (on)verenigbaarheid met het EVRM, en daarmee de zogenoemde indirecte doorwerking van het verdrag op privaatrechtelijke verhoudingen (zie hierna onder 4.21 e.v.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d464b8ef1fe6003633b09f114decfb8d6894ce7ebc43762f862359efe44eaff0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d464b8ef1fe6003633b09f114decfb8d6894ce7ebc43762f862359efe44eaff0, en de alinea staat in dat document op bytes 33849 tot 34793.