Citaat | Rechtbank Amsterdam 13 oktober 2020

Onder 4.16. Rechtbank Amsterdam 13 oktober 2020

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 13 oktober 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:4966.

Bij het toekennen van directe horizontale werking aan (nationale of internationale) grondrechtsbepalingen, moet de rechter terughoudendheid betrachten. Daarvoor bestaan goede redenen. Dergelijke bepalingen zijn normaal gesproken – en ook in dit concrete geval – niet geformuleerd met het oog op betrekkingen tussen burgers onderling. Meestal lenen de bepalingen, als geheel genomen, zich niet voor toepassing op rechtsverhoudingen tussen burgers onderling omdat dat tot onaanvaardbare resultaten zou leiden. Dan zou bijvoorbeeld het recht op vrije meningsuiting altijd prevaleren boven iedere gedraging van de gedaagde die niet door een grondrechtsregel wordt gerechtvaardigd, zelfs als die gedraging niet onrechtmatig is. Dat zou de handelingsvrijheid van de burger teveel beperken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d464b8ef1fe6003633b09f114decfb8d6894ce7ebc43762f862359efe44eaff0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d464b8ef1fe6003633b09f114decfb8d6894ce7ebc43762f862359efe44eaff0, en de alinea staat in dat document op bytes 34874 tot 35738.