Citaat | Rechtbank Amsterdam 30 oktober 2020
Onder 3.4. Rechtbank Amsterdam 30 oktober 2020
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 30 oktober 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:5213.
Uit rechtspraak van het Europese Hof van Justitie volgt dat de Uniewetgever, om een uitgebreide bescherming van de consumenten te waarborgen, in artikel 3, onder g), van de richtlijn consumentenkrediet het begrip „totale kosten van het krediet voor de consument” bijzonder ruim omschrijft, zie in die zin arresten van SIA Sohogroup, 16 juli 2020,C-686/19, Mikrokasa, C-779/18, 26 maart 2020, Matei, 26 februari 2015 C-143/13, EU:C:2015:127, punt 48; Verein für Konsumenteninformation, 8 december 2016, C-127/15, EU:C:2016:934, punt 35, en Lexitor,11 september 2019 C-383/18,U:C:2019:702, punt 23. Hieruit blijkt dat het begrip totale kosten van het krediet ziet op: vergoedingen van welke aard ook, die de consument in verband met de kredietovereenkomst moet betalen en die de kredietgever bekend zijn. Het omvat zowel de kosten in verband met de kredietverkrijging als die in verband met het gebruik ervan in de tijd. Alleen notariskosten vallen expliciet buiten de definitie van totale kosten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/46383e339cf18cb16944b17047ce2fa9c05dc2c9e695424a1abd830e5e09e1af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 46383e339cf18cb16944b17047ce2fa9c05dc2c9e695424a1abd830e5e09e1af, en de alinea staat in dat document op bytes 14793 tot 15807.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/46383e339cf18cb16944b17047ce2fa9c05dc2c9e695424a1abd830e5e09e1af | shasum -a 256