Citaat | Rechtbank Amsterdam 28 oktober 2020
Onder 5.7. Rechtbank Amsterdam 28 oktober 2020
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 28 oktober 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:5271.
Na deze toelichting op het hiervoor onder 5.5 vermelde plan van behandeling begint de rechtbank met artikel 3:305a lid 6 BW. De Stichtingen stellen dat die bepaling in dit geval van toepassing is. Artikel 3:305a lid 6 BW is hiervoor onder 5.3 reeds weergegeven. Die bepaling houdt in dat de rechter van de daar gegeven discretionaire bevoegdheid slechts gebruik kan maken (i) wanneer de rechtsvordering is ingesteld met een ideëel doel en een zeer beperkt financieel belang of (ii) wanneer de aard van de vordering van de rechtspersoon of van de personen tot bescherming van wier belangen de rechtsvordering strekt, daartoe aanleiding geeft. In beide gevallen is daarnaast vereist dat de rechtsvordering niet strekt tot schadevergoeding in geld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/26fbbe8dbd5a1560b48ae5c5f1be1ba02b45236d85d02b85ee81216e8d0e701c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 26fbbe8dbd5a1560b48ae5c5f1be1ba02b45236d85d02b85ee81216e8d0e701c, en de alinea staat in dat document op bytes 30079 tot 30838.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/26fbbe8dbd5a1560b48ae5c5f1be1ba02b45236d85d02b85ee81216e8d0e701c | shasum -a 256