Citaat | Rechtbank Amsterdam 28 oktober 2020

Onder 5.9. Rechtbank Amsterdam 28 oktober 2020

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 28 oktober 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:5271.

f. Het gevorderde sub IV en het gevorderde sub X zien op ieder van de hiervoor onder a bedoelde personen afzonderlijk. De eventuele toewijzing van deze onderdelen van het gevorderde draagt wellicht bij aan het doen gelden van individuele aanspraken van deze personen jegens [gedaagde] . Gesteld noch gebleken is echter dat het daarbij gaat om grote (totaal)bedragen. De Stichtingen spreken de verwachting uit dat de in de Memorie van Toelichting aangegeven orde van grootte niet zal worden overschreden. De desbetreffende passage luidt (pagina 29):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/26fbbe8dbd5a1560b48ae5c5f1be1ba02b45236d85d02b85ee81216e8d0e701c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 26fbbe8dbd5a1560b48ae5c5f1be1ba02b45236d85d02b85ee81216e8d0e701c, en de alinea staat in dat document op bytes 32458 tot 33019.