Citaat | Rechtbank Amsterdam 10 november 2020

Onder 7.2. Rechtbank Amsterdam 10 november 2020

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 10 november 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:5465.

De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat de 29 werknemers het aantal uren uitbetaald kreeg behorende bij de overeengekomen arbeidsduur en het aantal ingeplande activiteiten. Ook is niet in geschil dat de werknemers niet de mogelijkheid hadden om de werkbriefjes zelfstandig aan te passen; hiervoor was overleg met [VoF] vereist. De rechtbank overweegt dat een dergelijk systeem waarbij de werknemer, inlener en de werkgever per week uren registreren, op zich adequaat kan zijn. Dat eiseres op basis van een planning uitgaat van een gemiddelde werktijd van 32 uur per week, is naar het oordeel van de rechtbank dan ook in beginsel niet in strijd met de Wml. Als werknemers evenwel meer uren per week werken dan moet dit geregistreerd worden, zodat het overwerk kan worden uitbetaald dan wel gecompenseerd worden in tijd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d10be6df852d1ed8a1204cff2f0ac78c331101f6c9b7bbd4d69ab38aab6a80fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d10be6df852d1ed8a1204cff2f0ac78c331101f6c9b7bbd4d69ab38aab6a80fd, en de alinea staat in dat document op bytes 23463 tot 24306.