Citaat | Rechtbank Amsterdam 10 november 2020

Onder 7.5. Rechtbank Amsterdam 10 november 2020

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 10 november 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:5465.

Het betoog dat het feitelijke verwijt van verweerder overtreding van een andere bepaling betreft, namelijk artikel 7 van de Wml en/of artikel 4:3 van de Arbeidstijdenwet, volgt de rechtbank niet. Daargelaten dat overtredingen op basis van deze bepaling naast elkaar kunnen bestaan, heeft verweerder het besluit op de juiste bepaling gebaseerd. Daarvoor is van belang dat artikel 18b, tweede lid, van de Wml, anders dan de door eiseres genoemde bepalingen, het doel heeft om voldoende stukken van de werkgever te ontvangen, zodat de inspecteurs onderzoek kunnen doen naar mogelijke overtredingen van artikel 7 van de Wml en artikel 4:3 van de Arbeidstijdenwet. Omdat eiseres en [VoF] onvoldoende stukken hebben overgelegd, hebben de inspecteurs geen onderzoek kunnen doen naar een (mogelijke) overtreding van artikel 7 van de Wml en/of artikel 4:3 van de Arbeidstijdenwet. De rechtbank ziet dan ook geen grond voor het oordeel dat verweerder het bestreden besluit I heeft gebaseerd op een onjuiste bepaling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d10be6df852d1ed8a1204cff2f0ac78c331101f6c9b7bbd4d69ab38aab6a80fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d10be6df852d1ed8a1204cff2f0ac78c331101f6c9b7bbd4d69ab38aab6a80fd, en de alinea staat in dat document op bytes 29234 tot 30255.