Citaat | Rechtbank Amsterdam 10 november 2020
Onder 9.1. Rechtbank Amsterdam 10 november 2020
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 10 november 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:5465.
Bij de aanwending van zijn bevoegdheid een bestuurlijke boete op te leggen moet verweerder, ingevolge artikel 5:46, tweede lid, van de Awb, de hoogte van de boete afstemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Daarbij moet rekening worden gehouden met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. Verweerder kan omwille van de rechtseenheid en rechtszekerheid beleid vaststellen en toepassen inzake het al dan niet opleggen van een boete en het bepalen van de hoogte daarvan. Ook als het beleid als zodanig door de rechter niet onredelijk is bevonden, moet verweerder bij de toepassing daarvan in elk voorkomend geval beoordelen of die toepassing strookt met de hiervoor bedoelde eisen die aan de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moeten worden gesteld. Als dat niet het geval is, moet de boete in aanvulling op of in afwijking van het beleid zodanig worden vastgesteld, dat deze evenredig is. De rechter toetst zonder terughoudendheid of het besluit van verweerder met betrekking tot de boete voldoet aan deze eisen en dus leidt tot een evenredige sanctie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d10be6df852d1ed8a1204cff2f0ac78c331101f6c9b7bbd4d69ab38aab6a80fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d10be6df852d1ed8a1204cff2f0ac78c331101f6c9b7bbd4d69ab38aab6a80fd, en de alinea staat in dat document op bytes 31102 tot 32330.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d10be6df852d1ed8a1204cff2f0ac78c331101f6c9b7bbd4d69ab38aab6a80fd | shasum -a 256