Citaat | Rechtbank Amsterdam 25 november 2020

Onder 5.28. Rechtbank Amsterdam 25 november 2020

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 25 november 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:5882.

Het is vaste rechtspraak van het HvJEU en GvEU in mededingingszaken dat het gedrag van een (klein)dochtervennootschap aan de moedervennootschap kan worden toegerekend en zij in die zin één onderneming voor de toepassing van artikel 101 VWEU vormen, wanneer de (klein)dochtervennootschap, hoewel zij een afzonderlijke rechtspersoonlijkheid heeft, niet zelfstandig haar marktgedrag bepaalt, maar in hoofdzaak de haar door de moedervennootschap verstrekte instructies volgt. Indien het gehele kapitaal van de dochtervennootschap in handen is van haar moedervennootschap, wordt vermoed dat de moeder beslissende invloed heeft gehad op het beleid van de dochter. xZie bijvoorbeeld HvJ EG 10 september 2009, zaak C-97/08, ECLI:EU:C:2009:536 , Jur . 2009, p. I-8237 ( Akzo Nobel ). Ook geldt dit vermoeden van beslissende invloed voor een grootmoedervennootschap die indirect, door middel van tussenliggende vennootschappen, het volledige aandelenkapitaal houdt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bd66bda81e4c70378bd4a406db47dc1b75217aec0e0e18fa834c9f2fe317e9a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bd66bda81e4c70378bd4a406db47dc1b75217aec0e0e18fa834c9f2fe317e9a, en de alinea staat in dat document op bytes 51687 tot 52888.