Citaat | Rechtbank Amsterdam 21 december 2020
Alinea 56 Rechtbank Amsterdam 21 december 2020
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 21 december 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:6481.
18. Hoewel de uitspraken van het Europese Hof van Justitie weinig concrete aanknopingspunten bieden voor de wijze waarop het niet voldoen aan de informatieverplichtingen op grond van de richtlijn en jurisprudentie moet worden bestraft en in hoeverre een vordering in voorkomende gevallen kan worden toegewezen, is in de considerans van de richtlijn wel bepaald dat de richtlijn geen afbreuk mag doen aan het nationale recht op het gebied van het verbintenissenrecht voor de verbintenissenrechtelijke aspecten die niet door deze richtlijn worden geregeld. Naar Nederlands recht kan in geval van cessie vernietiging of ontbinding niet tegen de cessionaris worden ingeroepen, maar enkel tegen de oorspronkelijke contractspartij. Nu het vorderingsrecht bij dit soort overeenkomsten vaak is gecedeerd, zoals ook in deze zaak het geval is, komen deze rechtsfiguren niet als sanctie in aanmerking. Ook als dit wel mogelijk zou zijn, komt deze sanctie bij duurovereenkomsten, zoals de onderhavige, niet wenselijk voor. De oorspronkelijke contractant zal na vernietiging of ontbinding van de overeenkomst in de praktijk immers op grond van diezelfde overeenkomst blijven leveren aan de consument.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08e5b7ac207ea160f5befcd0bea41a4d171cc0b7be47931a58d8d10c52b6c1ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08e5b7ac207ea160f5befcd0bea41a4d171cc0b7be47931a58d8d10c52b6c1ba, en de alinea staat in dat document op bytes 16801 tot 18002.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08e5b7ac207ea160f5befcd0bea41a4d171cc0b7be47931a58d8d10c52b6c1ba | shasum -a 256