Citaat | Rechtbank Amsterdam 21 december 2020

Alinea 63 Rechtbank Amsterdam 21 december 2020

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 21 december 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:6481.

23. De kantonrechter acht het gezien de hiervoor genoemde onzekerheid in de rechtspraktijk noodzakelijk prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen. Nu de in Europees consumentenrecht geregelde informatieplichten van toepassing zijn in door consumenten op grote schaal gesloten overeenkomsten van allerlei aard, is voldaan aan het criterium van artikel 392 lid 1 onder b Rv. De vragen zijn te onderscheiden in drie categorieën, te weten (i) de (pre)contractuele informatie fase, (ii) de sanctionering c.q. gevolgen van schendingen en (iii) de toetsing van de draagkracht van de consument (artikel 6:230u BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08e5b7ac207ea160f5befcd0bea41a4d171cc0b7be47931a58d8d10c52b6c1ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08e5b7ac207ea160f5befcd0bea41a4d171cc0b7be47931a58d8d10c52b6c1ba, en de alinea staat in dat document op bytes 22461 tot 23088.