Citaat | Rechtbank Amsterdam 17 januari 2020

Onder 3.2 Rechtbank Amsterdam 17 januari 2020

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 17 januari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:689.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman eveneens vrijspraak bepleit wegens het ontbreken van bewijs van betrokkenheid van verdachte. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat aan de drie herkenningen geen waarde kan worden gehecht en dat deze terzijde dienen te worden geschoven. [persoon 1] – aangever van feit 1 – was niet onbevooroordeeld ten tijde van het bekijken van de camerabeelden, omdat hij al had gehoord dat verdachte betrokken was bij de woninginbraak en op de beelden te zien zou zijn. De herkenning van meldster [persoon 3] is niet gebaseerd op voldoende specifieke kenmerken. Tot slot is de herkenning van meldster [persoon 4] onbetrouwbaar, omdat gebleken is dat haar herkenning van de medeverdachte niet juist was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b444d69d5548213aa2fd3f2bce149018350c64ec285ffc82a3496adabb19d48b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b444d69d5548213aa2fd3f2bce149018350c64ec285ffc82a3496adabb19d48b, en de alinea staat in dat document op bytes 7422 tot 8164.