Citaat | Rechtbank Amsterdam 17 januari 2020

Onder 3.3 Rechtbank Amsterdam 17 januari 2020

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 17 januari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:689.

Het verweer dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte degene is geweest die aangever via het telefoonnummer [telefoonnummer] heeft bedreigd, nu niet is onderzocht of dit telefoonnummer aan verdachte toebehoorde, slaagt niet. Weliswaar heeft de politie geen nader onderzoek naar het gebruikte telefoonnummer gedaan, maar toch acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat het gebruikte telefoonnummer aan verdachte toebehoorde en verdachte degene is geweest die aangever en zijn familie via WhatsApp en telefonisch heeft bedreigd. In de contactinformatie behorende bij het gebruikte telefoonnummer staat de naam ‘ [naam 1] ’. Volgens aangever is dit de bijnaam van verdachte. De naam ‘ [naam 1] ’ komt eveneens, in combinatie met de voornaam van verdachte, voor in het Snapchat account ‘ [snapschat account] ’, dat volgens aangever van verdachte is. Ook bestaat er een Instagramprofiel met de naam [naam instagramprofiel] . Ter terechtzitting met een screenshot van het Instagramprofiel geconfronteerd, heeft verdachte verklaard dat hij de persoon is op de foto, maar heeft hij vervolgens ontkend dat dit zijn Instagramaccount is. Die enkele verder niet ondersteunde ontkenning is te mager. Gelet op al het voorgaande schuift de rechtbank de verklaring van verdachte dat hij geen telefoon had en dat het telefoonnummer [telefoonnummer] niet door hem is gebruikt, als ongeloofwaardig terzijde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b444d69d5548213aa2fd3f2bce149018350c64ec285ffc82a3496adabb19d48b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b444d69d5548213aa2fd3f2bce149018350c64ec285ffc82a3496adabb19d48b, en de alinea staat in dat document op bytes 9966 tot 11385.