Citaat | Rechtbank Amsterdam 17 januari 2020
Onder 7.3 Rechtbank Amsterdam 17 januari 2020
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 17 januari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:689.
Gelet op de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat een langdurige gevangenisstraf op zijn plaats is. Echter, de rechtbank ziet in de jeugdige leeftijd van verdachte aanleiding om een lagere gevangenisstraf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist, zodat verdachte zicht behoudt om zijn leven op te bouwen nadat hij zijn straf heeft uitgezeten. Alles overziend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, passend en geboden. De tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten, moet van de gevangenisstraf worden afgetrokken. De rechtbank zal aan het voorwaardelijk deel van de straf de bijzondere voorwaarden verbinden zoals door de reclassering geadviseerd, omdat zij er niet op vertrouwt dat verdachte op eigen kracht zijn problemen zal aanpakken en daarom een gedwongen kader noodzakelijk acht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b444d69d5548213aa2fd3f2bce149018350c64ec285ffc82a3496adabb19d48b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b444d69d5548213aa2fd3f2bce149018350c64ec285ffc82a3496adabb19d48b, en de alinea staat in dat document op bytes 21333 tot 22230.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b444d69d5548213aa2fd3f2bce149018350c64ec285ffc82a3496adabb19d48b | shasum -a 256