Citaat | Rechtbank Amsterdam 15 januari 2020
Onder 4.7. Rechtbank Amsterdam 15 januari 2020
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 15 januari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:802.
De rechtbank onderscheidt, als overwogen onder 4.3, enerzijds de oneerlijkheidstoets van artikel 6:233 aanhef en onder a BW ( ex tunc) en anderzijds de uitoefentoets van artikel 6:248 BW ( ex nunc). Waar Consumentenbond c.s. klaagt over de toepassing van de vergoedingsbedingen (zie dagvaarding 4.16 en 4.17) lijkt zij het oog te hebben op de uitoefentoets. De vordering strekt echter tot het onredelijk bezwarend verklaren van de vergoedingsbedingen en ziet daarmee op de oneerlijkheidstoets. In een collectieve actie zoals de onderhavige is naar het oordeel van de rechtbank echter geen plaats voor een toetsing van de wijze waarop in concrete gevallen uitvoering is gegeven aan de vergoedingsbedingen. Deze toets is immers afhankelijk van de concrete omstandigheden op het moment dat de consument tot vervroegde aflossing overgaat. Daarom zal de beoordeling zich hierna toespitsen op de oneerlijkheidstoets.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2691c6d376fc317ee8668acff074dfdfa587d023b6c3b9174f7ff44ce3ce23bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2691c6d376fc317ee8668acff074dfdfa587d023b6c3b9174f7ff44ce3ce23bf, en de alinea staat in dat document op bytes 36943 tot 37938.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2691c6d376fc317ee8668acff074dfdfa587d023b6c3b9174f7ff44ce3ce23bf | shasum -a 256