Citaat | Rechtbank Amsterdam 15 januari 2020
Onder 4.9. Rechtbank Amsterdam 15 januari 2020
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 15 januari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:802.
De vergoedingsbedingen die ter toetsing zijn voorgelegd dateren alle van vóór de datum van inwerkingtreding van artikel 6:127 lid 3 BW (14 juli 2016), zodat die bepaling, gelet op de eerbiedigende werking ten aanzien van vóór die datum tot stand gekomen overeenkomsten (2.11), voor de toetsing relevantie mist. Een redelijke wetstoepassing brengt met zich dat bij de civielrechtelijke beoordeling van de vergoedingsbedingen de eerbiedigende werking van de civielrechtelijke implementatie van de Richtlijn HK niet doorbroken wordt doordat aan de bestuursrechtelijke implementatie van diezelfde richtlijn in de Wft en het BGfo wel (een zekere, te weten voor aflossingen op leningen van vóór inwerkingtreding) terugwerkende kracht is verleend. Ten aanzien van de Leidraad geldt het voorgaande nog sterker, nu deze een niet dwingende aanbeveling (2.12) van de AFM inhoudt, die bovendien van nog latere datum is. Een andere opvatting zou immers in strijd zijn met het ex tunc karakter van de toetsing (4.7) en de rechtszekerheid die zich bij langlopende financieringsovereenkomst als de onderhavige des te sterker doet gelden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2691c6d376fc317ee8668acff074dfdfa587d023b6c3b9174f7ff44ce3ce23bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2691c6d376fc317ee8668acff074dfdfa587d023b6c3b9174f7ff44ce3ce23bf, en de alinea staat in dat document op bytes 39004 tot 40182.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2691c6d376fc317ee8668acff074dfdfa587d023b6c3b9174f7ff44ce3ce23bf | shasum -a 256